Informatief

De moed om hulp te vragen

Moed om hulp te vragen
Gesproken uit ervaring

Pleegouders staan bekend als aanpakkers. Je wil een kind een veilige, fijne plek bieden, bereidt je zorgvuldig voor, en als de eerste plaatsing volgt, ga je er vol overgave voor. Hulp vragen is dan soms lastig. Omdat je niet precies weet wat je nodig hebt. Of omdat je denkt dat je het ‘zelf moet kunnen’. Toch is pleegzorg is bij uitstek iets dat je niet alleen hoeft te doen.

Crisispleegouder Rieneke en pleegzorgwerker Esther van Egdom vertellen over de drempels om hulp te vragen, en wat het oplevert als je dat toch doet. Hun boodschap: hulp vragen is geen teken van falen, maar een daad van kracht en lef.

Zwaar
Rieneke en haar man zijn ruim vijftien jaar crisispleegouders. Ze hebben drie kinderen en vingen de afgelopen jaren zestien pleegkinderen op. Soms voor een paar dagen, soms maanden, en een enkele keer zelfs langer dan twee jaar. In het begin lukte dat zonder extra hulp. Tot, na een paar jaar Dina van vier in hun gezin kwam. ‘De zorg voor haar was heel zwaar,’ vertelt Rieneke. ‘Ze was erg fysiek. Ze zocht extreem de grenzen op, stootte ons af en zocht an weer nabijheid. Logisch gedrag, gezien alles wat zij meegemaakt had.’

Rieneke en haar man vroegen na een half jaar hulp. Eerst volgden ze de training ‘Zorgen voor getraumatiseerde kinderen’. Daar leerden ze over traumasensitief opvoeden: dat dezelfde normen en waarden blijven gelden, maar de manier waarop je reageert anders is. ‘Bij mijn eigen kinderen kon ik gewoon zeggen: ‘Je gaat nu even naar boven, dan praten we straks verder. Maar bij dit kind leerde ik dat nabijheid juist belangrijk was voor de hechting.’ Voor haar eigen kinderen was dit soms moeilijk te begrijpen. ‘Mijn oudste zei dan: als ik dit zou doen, zou ik drie maanden huisarrest krijgen, maar met hem ga je praten, hij krijgt zelfs een een knuffel. Zelf vond ik het soms ook lastig. Het was echt zoeken naar: hoe gaan we om met het verbinden van consequenties? Je denkt al snel dat je bepaald gedrag beloont.’

‘Je hoeft pleegzorg niet alleen te doen’

Andere keuzes
Rieneke leerde dat nabijheid cruciaal is, en dat het belangrijk is om betrouwbaar te zijn, terug te komen op fouten en te erkennen als je zelf te boos was. ‘Ik leerde andere keuzes te maken. Achteraf denk ik wel: ik had die training veel eerder moeten volgen. Dat was voor iedereen beter geweest.’

Rieneke adviseert nu alle pleegouders om de training traumasensitief opvoeden al tijdens de eerste plaatsing te volgen. ‘En ja, dat kost tijd en energie. Maar wacht niet tot je denkt: het lukt niet. Want je hebt het voor ieder kind nodig, ook als gedrag niet zo heftig is. Het is een tijdsinvestering die je veel oplevert.’

Drempels
Toch bleek de training alleen niet genoeg voor de zorg voor Dina. Rieneke vroeg uiteindelijk om extra hulp. ‘We gunden Dina rust in haar hoofd, emoties te leren voelen, herkennen en er mee om te leren gaan. Dat ze grenzen mocht aangeven en kon leren hoe ze dat dan kon doen. We wilden zo graag dat ze zou voelen dat ze gewenst en geliefd was en niet de hele tijd en overal hoefde te vechten voor haar plek. We trokken dus niet alleen aan de bel om het zelf vol te houden. Maar ook voor Dina, want ook zij had er recht op dat wij beter met haar om leerden gaan. En we wilden dat liever leren voordat zij naar een langdurend pleeggezin zou gaan. Elke verhuizing is voor een kind weer ontzettend moeilijk en een knauw op de ontwikkeling. Hulp is dan nodig om daar de kans op een ‘breakdown’ te verkleinen. Maar als crisispleegouder moet je dan best een drempel over om dat te vragen.’

Idealiter krijgt een kind therapie of krijgen pleegouders intensieve begeleiding zodra het kind ergens voor langere tijd blijft wonen en niet in een crisispleeggezin waar een kind een kortere periode verblijft. In de praktijk is het soms toch goed om hiervan af te wijken. ‘Los van dat het kind dit verdient, is er ook een gevaar dat pleegouders het anders niet meer aankunnen,’ licht pleegzorgwerker Esther van Egmond toe. ‘Dan gaat het kind weer naar een volgend crisisgezin, en een volgend gezin. Voor je weet heeft het kind al vijf plaatsingen gehad in twee jaar tijd. En geen therapie.’

Uiteindelijk kregen Rieneke en Dina samen intensieve ondersteuning via de Therapeutische pleegzorg. Rieneke: ‘Jij kunt niet van het kind verwachten dat het ‘zomaar’ verandert, omdat het gedrag ingewikkeld is. Maar je kunt wel iets doen aan je eigen aanpak en inzichten. Ook als het ingaat tegen hoe je gewend bent om op te voeden. Daarom is begeleiding voor zowel het kind als de pleegouder zo belangrijk. Het was ontzettend intensief, maar het heeft ons allebei echt geholpen.’

‘Ik heb liever dat pleegouders mij bellen, dan dat ze hun moeilijkheden verzwijgen en de situatie erger wordt’

Reddersinstinct
Esther werkt  al meer dan twintig jaar als pleegzorgwerker en herkent de drempels die pleegouders soms over moeten om hulp te vragen. ‘Mijn ervaring is dat pleegouders over het algemeen mensen zijn met een groot reddersinstinct. Hun intentie is een kind te helpen aan een betere toekomst. Ze vragen niet snel hulp.’

Er zijn verschillende redenen waarom pleegouders lang wachten met hulp vragen. Zo kan het lastig zijn om je kwetsbaar op te stellen. Rieneke: ‘Bij de eerste plaatsingen heb ik ook weleens gedacht: als ik aangeef dat het niet lukt, dan zeggen ze straks: we brengen hem wel naar iemand anders.’

Terwijl je kwetsbaar opstellen juist vaak krachtig is, ook – of vooral – als je iets doet wat je liever niet had gedaan. Pleegzorgwerker Esther: ‘Uit wanhoop of onmacht kunnen pleegouders reageren op een manier die niet handig of goed is, te emotioneel. Ik heb dan liever dat pleegouders mij bellen, zodat we samen naar oplossingen kunnen kijken, dan dat ze hun moeilijkheden of twijfels verzwijgen en de situatie erger wordt.’

Privacy
Esther geeft aan dat sommige pleegouders het moeilijk vinden om steun te vragen bij mensen buiten de pleegzorg omdat ze de privacy van het pleegkind niet willen schenden. Toch is het volgens haar belangrijk om iemand te vinden die je vertrouwt, zodat je je eigen emoties een plek kan geven. Rieneke beaamt dat: ‘De verhalen zijn soms zo schrijnend, die moet je kwijt. Ik bespreek het vaak met mijn man, maar soms ook met mijn zusje. Ik hoef dan niet alle details te delen, maar ik moet het wel kwijt.’

Frustratiegesprekjes
Hulp vragen kan op allerlei manieren. Zo heeft Rieneke regelmatig ‘frustratiegesprekjes’ met Esther, vertelt ze. ‘Dan bel ik haar maar heel kort, alleen om mijn frustratie kwijt te raken, over de gang van zaken met andere instanties, of over het kind. Even stoom afblazen, om daarna weer verder te kunnen.’

Die gesprekjes kun je ook met mede-pleegouders voeren. Rieneke: ‘Want dat zijn mensen die het snappen. En die tegen je zeggen: je wil misschien liever geen oppas, maar nu ga je er wel een regelen. Want jij moet nu even een uur alleen een boek lezen of met een kopje thee op de bank zitten. Probeer via je pleegzorgwerker in contact te komen met andere pleegouders in de buurt.’

Ook maakte Rieneke een paar keer gebruik van de 24-uurs-crisislijn die ze kon bellen toen ze begeleiding kreeg van het Multidisciplinair Team Pleegzorg. Al moest ze ook daar een drempel voor over. ‘Vooraf denk je dan wel: is het wel erg genoeg? Maar de keren dat ik gebeld heb, was het heel helpend. Bijvoorbeeld toen Dina zo verdrietig en boos was dat ik haar niet meer kon bereiken. Niets hielp. Ik heb toen gebeld om te overleggen. Soms krijg je tips die je al weet, maar omdat je te dicht op de situatie zit, zie je het even niet meer. Vaak is er niet 1-2-3 een oplossing, maar alleen al even zeggen ‘het lukt nu niet’, en dat iemand luistert, dat verlicht al.’

Beter te vroeg
Volgens Esther is de grootste valkuil dat pleegouders wachten met hulp vragen tot het bijna niet meer gaat. ‘Als mensen mij pas bellen als ze er doorheen zitten, dan moet er vaak direct een oplossing komen, en die heb ik meestal niet meteen. Als je dan pleegouders hebt die te lang over hun grenzen zijn gegaan, is er een groot risico op een ‘breakdown’. Vooral bij pleegkinderen in de puberteit zie ik dat misgaan. Want voor jonge kinderen is er best veel ondersteuning, maar voor pubers is er weinig. Nog los van het feit dat ze zelf gemotiveerd moeten zijn voor hulp.’

Rieneke herkent dat risico. ‘Elk kind neemt een rugzak mee. Je moet je ervan bewust zijn dat je hulp nodig kan hebben.’

‘Kom je er tijdens de plaatsing achter dat het zwaarder is dan je dacht?’ vult Esther aan. ‘Schaam je niet dat je het misschien onderschat hebt. Vraag hulp, bel je pleegzorgwerker. Het wil niet zeggen dat die meteen alle antwoorden heeft. Maar het met elkaar hebben over wat er gebeurt, wat het met je doet en hoe je hiermee om kan gaan, dat kan op ieder moment en is belangrijk. Samen kom je tot andere inzichten en ideeën.’

In rust uit elkaar
Niet ieder kind blijft tot zijn achttiende in hetzelfde gezin. Soms is het simpelweg te zwaar, of past het niet meer. Esther: ‘Je wil voorkomen dat een kind van de één op de andere dag weg moet. Dat is traumatisch, zeker als het kind al meerdere crisissituaties heeft meegemaakt. Dus ik kijk liever met pleegouders: wat is er nodig om te zorgen dat jullie in rust uit elkaar gaan? Op tijd en eerlijk communiceren is echt superbelangrijk. Soms kom je dan tot de conclusie: met wat ondersteuning en de kennis dat er binnen een half jaar een andere plek is, lukt het ons nog wel een half jaar.’

Moed
Het beeld dat hulp vragen een teken van falen is, willen zowel Esther als Rieneke graag doorbreken. Het vraagt moed om te zeggen dat je het niet alleen kunt. Rieneke: ‘Ik weet uit ervaring dat het juist helpt om dingen te bespreken. Soms is het al genoeg dat iemand even luistert. En soms is er meer nodig, en dan is het goed dat die hulp er is. Je hoeft pleegzorg niet alleen te doen.’

De naam Dina is gefingeerd.

Therapeutische pleegzorg
Therapeutische pleegzorg is een intensieve vorm van begeleiding voor pleeggezinnen. Het helpt pleegkinderen met problemen, zoals:

  • Gedrag dat lastig is om mee om te gaan
  • Moeite om anderen te vertrouwen (hechtingsproblemen)
  • Verwerken van heftige gebeurtenissen of trauma

Therapeutische pleegzorg kijkt ook naar wat jij als pleegouder nodig hebt. Samen zorgen we ervoor dat jij je pleegkind beter kunt ondersteunen. Lees er hier meer over op levvel.nl/pleegzorg

Luister ook de Podcast Veerkracht
Over samen vallen, opstaan en groeien in pleegzorg
Met klinisch psycholoog Leony Coppens, ontwikkelaar van de training traumasensitief opvoeden en pleegmoeders Rieneke en Wendy die vertellen wat het betekent om een kind met trauma op te vangen.
Spotify Apple podcasts

Ilse van der Mierden
Meer informatie?
contact
Interesse in pleegzorg?

Meld je aan voor een informatieavond.

Heb je liever direct contact? Dat kan! Mail ons dan. Wij denken graag met je mee.