Een kind dat veilig opgroeit, krijgt vertrouwen in diens omgeving en kan zich hechten aan anderen. Voor veel pleegkinderen is deze ontwikkeling echter geen vanzelfsprekendheid. Team Hecht van Levvel helpt pleegouders stap voor stap een nieuwe basis van vertrouwen te leggen.
Hechting is de diepe, onvoorwaardelijke relatie die kinderen met hun opvoeders opbouwen,’ vertelt Mehrnaz Gholam, therapeut bij team Hecht, het team dat pleegouders én ouders ondersteunt bij alles wat met hechting te maken heeft. De basis voor een veilige hechting wordt al in de buik gelegd. Kan het kind vertrouwen op de opvoeders? Heeft het kind het gevoel gewenst te zijn, wordt het getroost bij verdriet? Wordt er goed gereageerd op signalen die het geeft? ‘In principe hecht ieder kind zich,’ legt Mehrnaz uit. ‘Maar hoe die hechting verloopt, dat verschilt.’ Bij een veilige hechting voelt het kind zich welkom en gewenst. Het ontwikkelt vertrouwen in de mensen om zich heen én in zichzelf. Bij pleegkinderen is dit vaak anders verlopen. Mehrnaz: ‘In de relatie met hun ouders is veel gebeurd. Het is de ouder niet gelukt om een veilige band te creëren. Er heeft niet altijd troost plaatsgevonden, het kind is niet altijd gezien. Soms was een ouder onvoorspelbaar of afwijzend. Het kan daarom voor een kind moeilijk zijn om zich aan iemand toe te vertrouwen.’ Op de basis die een ouder heeft gelegd, ga je als pleegouder met je pleegkind een nieuwe relatie opbouwen. Wat die basis is, daar kom je pas in de relatie met het kind achter.
Wennen aan betrouwbaarheid
‘Veel pleegkinderen moeten wennen aan aandacht, of aan het feit dat pleegouders wél voorspelbaar en betrouwbaar zijn,’ vertelt Hanni Hosseinzadeh, ook therapeut bij team Hecht. ‘Dat roept spanning op. Een kind kan de pleegouder gaan testen: hoe ver kan ik gaan totdat jij mij laat zien dat ik niet oké ben? Want helaas is hun kernovertuiging vaak: ik woon niet meer thuis, en dat ligt aan mij.’ Een nieuwe veilige hechting opbouwen vraagt om sensitiviteit en responsiviteit, twee sleutelbegrippen in de hechting. Sensitiviteit betekent: de signalen van een kind leren zien. Responsiviteit betekent: er op een passende manier, die een kind op de lange termijn bij de ontwikkeling helpt, op reageren. Omdat ieder kind zijn eigen geschiedenis meeneemt en die altijd tot uiting komt, krijgen alle pleegouders standaard bij een nieuwe plaatsing Video Interactie Begeleiding (VIB-G) gericht op gehechtheid. Daarbij wordt drie keer een kort alledaags moment gefilmd, zoals samen eten of spelen. Mehrnaz: ‘In de nabespreking kijken we met de pleegouders naar wat er gebeurt, wat onderliggend is aan het gedrag van het pleegkind en hoe we
daarop kunnen inspelen op een manier die bij dit kind en zijn behoefte past. We kijken vooral ook naar wat goed gaat en hoe dat verder uit te bouwen is.’
Door respectvol over ouders te spreken, help je het kind zich aan jou én de ouders te hechten
Traumasensitief reageren
Een onveilig gehecht kind heeft veel angst en machteloosheid ervaren. Dat uit zich in gedrag. Een kind sluit zich bijvoorbeeld af, kan emoties niet goed reguleren, is snel uit diens doen of laat claimend of dwingend gedrag zien. ‘Bijna al dit gedrag is terug te voeren op de hechtingsgeschiedenis van het kind,’ vertelt Mehrnaz. Dat vraagt van pleegouders om achter het gedrag te kijken, en vervolgens traumasensitief te reageren. En dat is vaak een andere aanpak dan je bij je eigen kinderen gewend bent. Zo kun je bij een kind zonder trauma bij herhaald lastig gedrag zeggen: ‘Je bent boos, je hebt ruimte nodig, ga maar even afkoelen op je kamer.’ Maar bij een kind dat vaak in de steek is gelaten, voelt verwijdering als afwijzing en is het beter om erbij te blijven. ‘Vaak is lastig gedrag zelfs een test,’ vertelt Hanni. ‘Hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn pleegmoeder heel boos wordt? Want dat is voor mij vertrouwd. Dan is het juist zaak om rustig te blijven en uit te stralen: ik blijf bij je.’
Nieuwe boodschappen
Gelukkig kunnen kinderen ook later in hun leven hechtingsrelaties aangaan met anderen, en weer leren om op mensen te vertrouwen. Hierin spelen pleegouders een essentiële rol. Mehrnaz: ‘Je kan als pleegouder niet ongedaan maken wat er in het verleden is gebeurd. Maar je kunt wel nieuwe boodschappen geven: jij bent welkom, je hoort bij ons, je bent belangrijk, we zien je. Ieder moment
dat een pleegouder sensitief reageert, neemt een kind mee in volgende relaties. Zo beïnvloedt iedere hechtingsrelatie weer de volgende.’
Ouders blijven
Ook als kinderen niet bij hun ouders wonen, blijft de relatie tussen ouder en kind bestaan, en is het belangrijk daar ruimte voor te geven. Hanni: ‘Alle ouders hebben liefde voor hun kind, al lukt het ze niet altijd om dit te laten zien. Alle kinderen willen door hun ouders gezien worden en geen kind wil het gevoel hebben te moeten kiezen tussen ouders en pleegouders. Je helpt een pleegkind door de intenties van ouders te benadrukken in plaats van hun tekortkomingen, die vaak weer met hun eigen geschiedenis te maken hebben.’ Dat vraagt van pleegouders soms ook om door een traumabril naar ouders te kijken. Hanni: ‘Komt een ouder een afspraak niet na? Zeg dan niet: ‘mama is weer niet gekomen’, maar wel: ‘mama wilde je graag zien, en ze wilde alles over je schoolreisje horen, maar het is haar niet gelukt om te komen.’ Die boodschap is voor het kind makkelijker te dragen. Hanni adviseert om niet mee te gaan in de boosheid van het kind. Dat lijkt op het moment zelf wellicht troostend, maar het versterkt hun overtuiging dat ze niet gezien worden. Ouders zijn en blijven een deel van hen. Wijs je hen af, dan wijs je impliciet ook het kind af. ‘Kinderen testen je onbewust soms uit of je meepraat als zij negatief over hun ouders praten. Ze zoeken zo bevestiging voor hun negatieve zelfbeeld.’ Door respectvol over beide ouders te spreken, help je het kind zich aan zowel jou als de ouders te hechten, en daar help je het kind op de lange termijn het meest mee.
‘Helaas is de overtuiging van pleegkinderen vaak: ik woon niet meer thuis, en dat ligt aan mij’
Pijnpunten
Overigens nemen niet alleen pleegkinderen, maar ook pleegouders hun hechtingsgeschiedenis mee. Had je zelf een moeilijke jeugd of heb je afwijzing van je ouders gekend? Wees er dan op voorbereid dat afwijzend gedrag van je pleegkind je mogelijk harder raakt. Hanni: ‘Kinderen voelen je pijnpunten haarfijn aan. Herken je deze gevoelens, weet je dat je er zelf mee aan de slag moet? Vraag op tijd hulp.’ En schiet je een keer uit je slof? Kom er dan op een rustig moment op terug. Mehrnaz: ‘Als je eigen brein en dat van je pleegkind gekalmeerd is. Je leert een kind dan meteen: als je iets verkeerds doet, kun je daarop terugkomen. En dat wil niet zeggen dat de relatie stuk is. Dat gevoel bij het kind kunnen wegnemen is heel belangrijk.’
Schroom niet
Team Hecht kan ook tijdens de plaatsing ondersteuning bieden aan pleegouders en ouders. Mehrnaz: ‘Schroom niet om hulp te vragen. We zijn er liever te vroeg bij. We komen naast je staan en kijken niet alleen wat het kind, maar ook wat jij nodig hebt. Soms betekent dat dat je aan je eigen fundament moet werken, bijvoorbeeld door zelfzorg, iets leuks doen met vriendinnen, of juist wat meer rust.’
Ook voor ouders
Niet alleen pleegouders, ook ouders worden regelmatig ondersteund door team Hecht. Zo leerde William tijdens een video-interactiebegeleiding (VIB) signalen van zijn zoontje Jimmy beter herkennen en daarop reageren. Mehrnaz: ‘William had niet geleerd om vanuit zijn gevoel contact te maken. We begonnen met stilstaan bij de momenten dat Jimmy vrolijk was. Later leerde hij het te benoemen als Jimmy verdrietig was, en er dan bij te blijven. Na een aantal sessies zag je dat Jimmy troost bij hem zocht, en dat hij het kon bieden. Dat was iets dat hij zelf als kind niet had ervaren.’ Mehrnaz kon deze ontwikkeling vervolgens weer teruggeven aan Ada, de pleegmoeder van Jimmy. En die kreeg daardoor meer vertrouwen in William, wat de relatie tussen hen verbeterde. Ook Ada volgde een VIB-G traject, waarin ze onder andere ontdekte dat ze bij Jimmy beter op een jonger niveau kon aansluiten dan op zijn kalenderleeftijd. Mehrnaz: ‘Hierdoor kon Ada de behoeften en de signalen van Jimmy beter zien en hierop inspelen, waardoor hij zich meer kon toevertrouwen aan haar. Hij vond het fijn om met haar te knuffelen en zocht steeds vaker haar nabijheid. Zo voelde ze dat zij weer voor hem mocht zorgen en hun band sterker werd.’ Door met elkaar bewust te werken aan hechting kunnen nieuwe, positieve en veilige ervaringen stap voor stap oude patronen verzachten en overschrijven. Daarmee groeit er nieuw vertrouwen, waar het kind de rest van zijn leven op voort kan bouwen.
De namen William, Jimmy en Ada zijn vanwege privacy gefingeerd.
Team Hecht
Team Hecht is een gespecialiseerd team van Levvel dat ouders en pleegouders ondersteunt in situaties waarin hechting en contact met (pleeg)ouders centraal staat. Dat doen ze door video interactiebegeleiding (VIB-G) en via andere vormen van ondersteuning. Sinds 2024 bieden zij alle pleegouders bij een nieuwe plaatsing een VIB-G traject. Zo’n traject bestaat gemiddeld uit drie opnames van een interactiemoment en drie keer de beelden samen terugkijken. Zo wordt samen met (pleeg)ouders naar het gedrag gekeken dat een kind laat zien, waar dit vandaan komt en hoe (pleeg)ouders hier zo goed mogelijk mee om kunnen gaan. Team Hecht kan ook later in de plaatsing ondersteunen. Bijvoorbeeld als er zorgen zijn over hechting, bij loyaliteitsconflicten of problemen in de omgang met ouders.