Informatief

Pleegzorg: zo gewoon als mogelijk, zo professioneel als nodig

Pleegzorg, zo gewoon als mogelijk
in 't diepe

Een kind dat niet thuis kon opgroeien, belandde eeuwenlang in een weeshuis of als arbeidskracht bij vreemde gezinnen. Inmiddels staat het kind centraal, zijn er tientallen vormen van pleegzorg en worden pleegkinderen en -ouders intensief begeleid. Hoe verliep die ontwikkeling, en hoe bewaar je het evenwicht tussen professionalisering en ‘zo gewoon mogelijk’?

In de 18e en 19e eeuw was van goede zorg voor pleegkinderen nog weinig sprake. Contact met ouders was er niet of werd verbroken en toezicht was er al helemaal niet. Pas halverwege de 19e eeuw ontstond voor het eerst het inzicht dat kinderen beter af waren in gezinnen dan in tehuizen.

De eerste die daarover schreef was Frans Beudeker, directeur van het Amsterdamse Stadsbestedelingenhuis, een opvanghuis voor vondelingen en verlaten kinderen. Hij zag dat kinderen die opgroeiden in tehuizen nauwelijks onderwijs kregen, vaak ziek werden en als volwassenen vooral eindigden in werkhuizen en bedelaarsgestichten. Kinderen die door pleeggezinnen werden opgevangen, ontwikkelden zich zowel lichamelijk als geestelijk beter.

In 1869 ontstond de eerste vorm van georganiseerde pleegzorg: de Vereeniging in het Belang der Wezenverpleging. Oprichter en predikant Scheltema bracht wezen onder bij geselecteerde gezinnen. Alleen als er te weinig gezinnen waren, werden kinderen in tehuizen geplaatst.

Overheid grijpt in
Pas vanaf de 20e eeuw kon de overheid ouders de ouderlijke macht ontnemen en een kind uithuisplaatsen. Dat was het gevolg van de Kinderwetten van 1901, die voorschreven dat de overheid niet alleen het recht, maar ook de plicht had om kinderen te beschermen. Voogdijverenigingen voerden deze taak uit, maar er was nog steeds weinig begeleiding.

Dat veranderde toen wetenschappers als Bowlby en Freud in de jaren ’50 en ’60 het belang van hechting en een stabiele gezinssituatie benadrukten. Een kind werd steeds meer gezien als een individu met emotionele behoeften. Om aan die behoefte te voldoen, werden pleegouders en -kinderen voortaan door professionals begeleid.

‘Gewoon samenleven als gezin, daar zijn de meeste kinderen en pleegouders bij gebaat’

Betrokkenheid ouders
Ouders bleven lange tijd op de achtergrond, contact tussen pleegkinderen en hun ouders was minimaal. Ellen Schulze werkt meer dan twintig jaar als beleidsmedewerker en programmaleider pleegzorg bij Levvel en herinnert zich nog dat geadviseerd werd om kinderen de eerste maanden na plaatsing geen contact met de ouders te laten hebben. ‘Het kind moest wennen aan de pleegouders en contact met ouders zou verstorend werken.’

Dat veranderde in de loop der jaren fundamenteel. Er kwam steeds meer besef dat een kind verbonden blijft met zijn ouders en dat het kind voor zijn identiteitsontwikkeling zijn ouders en zijn familiegeschiedenis moet kennen. ‘We weten nu dat goede samenwerking met ouders voorkomt dat een kind verscheurd raakt tussen twee werelden.’ Ook is de huidige pleegzorg vooral gericht op tijdelijke ondersteuning en, indien mogelijk, terugkeer naar ouders. Al blijft langdurige opvang ook nodig.

De stem van het kind
Naast de samenwerking met ouders, werd ook de stem van het kind belangrijker. Tot ver in de jaren negentig werd er vooral over pleegkinderen gesproken in plaats van met hen, vertelt Conny Zeilstra, programmacoördinator pleegzorg, die in 1988 bij de Centrale voor Pleegzorg kwam werken. ‘Vragen wat het pleegkind zelf wilde, of hoe het kind het vindt in het gezin, dat was vroeger vrijblijvend. De focus lag meer op het pleeggezin dan op de kinderen.’ Inmiddels worden kinderen veel meer geïnformeerd. Ellen: ‘Voor de identiteitsontwikkeling van een kind is het belangrijk om te weten waarom het niet thuis kan wonen en wat er in het leven van een kind is gebeurd.’

Ook in de rechtszaal werden kinderen onder de twaalf lange tijd niet gehoord. Pas in 2025 is die leeftijdsgrens verlaagd naar 8 jaar, en in de dagelijkse pleegzorgpraktijk worden kinderen soms al vanaf 6 jaar betrokken bij beslissingen die hen aangaan.

Voor de eigen kinderen van pleegouders kwam ook meer aandacht. Ellen:Vanuit de gedachte: eigen kinderen kunnen het succes, maar ook het mislukken van een plaatsing in hoge mate bepalen. Als een plaatsing te veel impact heeft op de eigen kinderen, zal de pleegouder de plaatsing verbreken. Het is dus belangrijk om ook hen goed in het zicht te houden.’

Meer vormen, meer maatwerk
Inmiddels bestaat pleegzorg in allerlei vormen. Crisispleegzorg en noodbedden voor kinderen die acuut opgevangen moeten worden. Weekend- en vakantiepleegzorg om ouders te ontlasten en zo uithuisplaatsing te voorkomen. Therapeutische pleegzorg voor kinderen die meer ondersteuning nodig hebben. Zo wordt er steeds meer op maat gewerkt. Uniek daarin is de zomercrisisopvang van Levvel: pleegouders verblijven zes weken in een vakantiehuis en vangen kinderen in crisis op.

Netwerkpleegzorg, waarbij kinderen opgevangen worden door familie of bekenden, werd in de jaren ’90 ook geformaliseerd. Ook die gezinnen kregen begeleiding. Conny: ‘Het is superfijn dat kinderen in hun eigen, vertrouwde netwerk opgevangen worden. Begeleiding van netwerkpleeggezinnen vraagt wel bijzondere aandacht, omdat er regelmatig sprake is van familiepatronen, waarop ondersteuning wenselijk is. Maar ik vraag me wel af of het altijd nodig is om deze opvang volledig de hulpverlening in te trekken. Consequentie daarvan is namelijk dat we de zo vanzelfsprekende opvang van een kind in familieverband met een hulpverlenersbril gaan bekijken. Een voorbeeld: professionals vinden vaak dat een pleegkind een eigen slaapkamer moet hebben. Maar in veel culturen is het heel normaal dat kinderen samen op één kamer slapen. We zouden wat dat betreft nog meer aandacht kunnen hebben voor de verschillende culturen van gezinnen.’

‘Het is superfijn als kinderen in hun eigen vertrouwde netwerk opgevangen kunnen worden’

Evenwicht bewaren
Pleegzorg is in de loop der jaren steeds meer een professioneel hulpverleningstraject geworden. Dat is enerzijds winst: de kennis over wat kinderen nodig hebben is gegroeid, de begeleiding is verbeterd en de rechten van kinderen zijn verankerd. Er zijn tal van therapieën voor kinderen en trainingen voor pleegouders.

Maar volgens Conny moeten we er ook voor zorgen dat pleegzorg ‘zo gewoon mogelijk blijft’ en dat Levvel toch de hulp biedt waar een kind van profiteert. ‘Dat is een spanningsveld. Want gewoon samenleven als gezin, om zo gewoon mogelijk op te kunnen groeien, daar zijn de meeste kinderen en pleegouders bij gebaat.’

Ellen sluit daarbij aan: ‘Ik vind het mooi dat we in de loop der jaren meer kennis hebben gekregen van wat er nodig is om goede pleegzorg te bieden. Maar pleegouders zijn voor ons vrijwillige partners in zorg, mensen die de regie over hun eigen leven willen. Dus je moet voortdurend afstemmen en zoeken naar het juiste evenwicht. Dat is de kunst van deze hulpvorm.’

‘Pleegouders verleggen een steen in een rivier’

Toekomst
De laatste ontwikkeling, Mockingbird, waarbij kleine netwerken van pleeggezinnen elkaar ondersteunen, grijpt in zekere zin weer terug naar de oorsprong: ‘it takes a village to raise a child’. Ellen: ‘Als pleegzorgwerker stap je in deze pleegzorggemeenschap niet meteen naar voren, maar kijk je eerst hoe pleeggezinnen elkaar ondersteunen en adviseren.’

Verbinding
Conny en Ellen zijn vooral trots op alle pleegouders. Conny: ‘Pleegouders verleggen een steen in een rivier.’ Ze ziet pleegzorg bovendien als een kans om anders met elkaar in de samenleving te staan, om echt contact te hebben met mensen van verschillende culturen en achtergronden. ‘Ik zal nooit het Marokkaanse pleeggezin vergeten dat kerst vierde met een Nederlands meisje, met een kerstboom in de kamer, maar ook het Suikerfeest en Sinterklaas vierden.’

Ellen wordt vooral geraakt als ze pleegouders bij elkaar ziet, zoals tijdens de pleegouderdag in Artis. ‘De onderlinge verbinding, de erkenning en herkenning die mensen in elkaar vinden. Ik ben er ook trots op dat we bij Levvel zo’n gemêleerde groep hebben: uit allerlei culturen, verschillende seksuele voorkeur en samenlevingsvormen. Pleegouders zijn gewoon hele mooie mensen.’

Ilse van der Mierden
Meer informatie?
contact
Interesse in pleegzorg?

Meld je aan voor een informatieavond.

Heb je liever direct contact? Dat kan! Mail ons dan. Wij denken graag met je mee.