Ernst (37) is getrouwd met Marco. Om het weekend vangen ze Liam (7) op. Het contact met moeder is niet altijd makkelijk, maar Ernst heeft er zijn weg in gevonden. ‘Soms sturen we een e-mail met foto’s en een verslagje.’
‘Drie jaar geleden kwam Liam in ons leven; hij was toen een ukkie van vier. Ik had een sterke wens om een ouderrol te vervullen. Mijn man Marco en ik hebben een eengezinswoning en ruimte in ons leven, en zo kwamen we bij pleegzorg terecht.
Elke vrijdag halen we Liam (7) op uit school, en op maandag brengen we hem weer terug. Zo kunnen we zijn moeder wat ontlasten, en Liam een andere wereld laten zien. Liam is enig kind en woont in Amsterdam Oost bij zijn moeder. Zij heeft een hele geschiedenis van hulpverlening; de jeugdbescherming is al vanaf Liams geboorte betrokken. Er is sprake van alcoholverslaving, en als we hem terugbrengen zien we regelmatig aluminiumfolie op de grond slingeren. En dat is niet om groente in te pakken, zullen we maar zeggen. Maar Marco en ik hebben ervoor gekozen haar niet te bevragen. Wat gebeurd is, is gebeurd. Wij vinden het ook niet eerlijk als wij veel over haar weten en zij niets over ons.
‘Als ze niet opendoet, gaan we een rondje lopen door het park. Daarna bellen we nog een keer aan’
Flexibel blijven
Als er iets met Liam aan de hand is, kaarten wij dat wel aan bij de hulpverlening. Zo had hij vier rotte kiezen en had daar veel pijn van. Moeder komt de afspraken met de tandarts niet altijd na. Toen hebben wij dat wel gemeld. De pleegzorgplaatsing was in het vrijwillige kader. Inmiddels is er een Ondertoezichtstelling (OTS) uitgesproken, want die basale verzorging schoot echt tekort.
Maar verder proberen we ons er niet te veel mee te bemoeien. Als we Liam terugbrengen, doet zijn moeder vaak niet open. Dan bonst hij op de deur, roept hij ‘Mama, mama!’ En dan horen we gerommel binnen, dus we weten dat ze thuis is. In het begin was ik daar van slag van, vooral omdat Liam er zelf overstuur van werd. Inmiddels zijn we gepokt en gemazeld. Als ze niet opendoet, gaan we een rondje lopen door het park. Daarna bellen we nog een keer aan. Als ze dan weer niet opendoet, drinken we ergens een kopje koffie. De eerste keer vond ik het heel moeilijk, maar inmiddels is het onderdeel geworden van ons draaiboek.
Altijd in contact
De pleegzorgwerker en moeder kennen elkaar natuurlijk. Maar ook voor de pleegzorgwerker is het moeilijk om contact met haar te krijgen. Soms maakt iemand ertussen het ingewikkelder. Uiteindelijk vinden we moeder altijd en hebben we op zich goed contact met haar. Als ze wel opendoet, hebben we altijd even een leuk gesprek. Ze is ontzettend blij met ons als vaderfiguren. Liam is een fysieke jongen; hij houdt van zwemmen en klauteren. Zij kan hem dat niet geven; ze is fragiel en zit altijd binnen. Ik denk dat het scheelt dat wij twee mannen zijn, dat ze zich door ons niet bedreigd voelt in haar moederrol. En wij zien dat ze absoluut veel liefde heeft voor haar kind.
Soms sturen we een e-mail met foto’s en een verslagje. Maar we krijgen nooit antwoord. In het begin hebben we geprobeerd dingen samen te doen, maar dat liep altijd in het honderd. Zo organiseerden we vorig jaar toen hij zes werd, een feestje waar zij ook zou komen. Ze zou om elf uur in de ochtend komen, maar verscheen uiteindelijk om zes uur ‘s avonds. En wij maar de hele tijd zeggen: ‘Mama komt zo’. Hij was totaal over zijn toeren. Dat doet meer kwaad dan goed. We hebben toen met moeder besproken om geen dingen samen meer te doen.
‘Wat gebeurd is, is gebeurd. Wij vinden het ook niet eerlijk als wij veel over haar weten en zij niets over ons’
‘Mama, houdt van je’
Thuis praten we met Liam nooit slecht over zijn moeder. We zeggen: ‘Mama houdt van je, ze mist je. En soms vergeet mama wel eens wat.’ Hij praat zelf nooit over haar, hij laat nooit zijn zwakke kant zien. Als we iets vragen als ‘mis je mama?’, dan overschreeuwt hij het, begint hij over iets anders. Hij had een tekening gemaakt over zijn verjaardag, we hadden een feestje op het strandje hier vlakbij, maar zijn moeder staat er dan niet bij.
Heel soms vertelt hij iets, juist als je er niet naar vraagt. Bijvoorbeeld tijdens een wandeling door het bos. Zo zei hij: ‘Jullie zijn rijke stinkerds.’ Ha ha, weten we meteen van wie hij dat heeft. Hij vertelde ook een keer dat zijn moeder een zwerver in huis had genomen, die in Liams bed sliep. Ik oordeel dan niet, maar stel er vragen over. ‘Goh, mensen onderdak bieden is goed, en hoe vond jij dat dan?’
Langzaamaan wordt hij zelf ook meer bewust van wat er misgaat thuis. Hij ziet dat andere kinderen wel eten meekrijgen naar school. Hij ziet dat er bij ons regels zijn, hij heeft ook weleens aan zijn moeder gevraagd: ‘Waarom hebben wij geen regels?’ Als we hem na het weekend weer terugbrengen, is het moeilijk te peilen hoe hij dat vindt. Soms is hij stil, soms druk, ik kan niet inschatten hoe hij zich voelt. Hij lijkt niet rouwig om terug te gaan. Voor hem is het thuis.’
Tips
- Probeer niet te oordelen, zie het voor wat het is. Moeder wil wel, maar ze kan het niet. Ze heeft pech gehad in het leven.
- Praat met het kind niet negatief over zijn moeder.
- Wees (extreem) flexibel.
- Wees ook creatief: als ze niet opendoet, maken we een extra rondje door het park.
- Uiteindelijk moet je voor jezelf wel grenzen trekken.